subscribe: Posts | Comments

Openingsrede van 19 september 1881

0 comments

Mijne Heeren!

De Koning heeft ons opgedragen, uwe Vergadering van Zijnentwege te openen.

De droevige gebeurtenis, die Zijne Majesteit, het Koninklijk Huis, geheel het Vaderland in zoo diepen rouw heeft gedompeld, weerhoudt den Koning zich, als naar gewoonte, in Uw midden te begeven.

De algemeene deelneming in het overlijden van Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Frederik der Nederlanden bewijst hoezeer de deugden van den edelen Vorst en de diensten, door Hem aan het Vaderland bewezen, worden gewaardeerd. Zijne nagedachtenis zal eerbiedig en dankbaar bewaard blijven. Wij mogen vertrouwen, Mijne Heeren, dat ook deze zitting niet onvruchtbaar zal zijn.

Voordragten betreffende de nationale militie en de schutterij liggen ter behandeling gereed, en tot herziening der bepalingen omtrent het vestingstelsel zal U een ontwerp worden voorgelegd.

De voorstellen tot regeling van het bestuur van den waterstaat en tot voorziening in de behoeften van scheepvaart en afwatering, U ter overweging aangeboden, zullen door nog andere van dien aard worden gevolgd.

Van de wetten, vereischt voor de invoering van het Wetboek van Strafrecht, zullen U de ontwerpen worden aangeboden. Tevens zal worden voortgegaan met de voorbereiding en geleidelijke indiening van andere ontwerpen tot aanvulling en hervorming onzer wetgeving.

Aan de herziening van het kiesregt wordt gearbeid.

De toenemende opbrengst van ’s Lands rniddelen ontslaat ’s Konings Regering niet van de zorg om nieuwe voorstellen voor te bereiden, die tot betere verdeeling van de lasten der ingezetenen en tot vermeerdering van de inkomsten der schatkist kunnen leiden.

Tot krachtige bevordering der belangen van handel, landbouw en nijverheid in Nederlandsch Indië zal ook dit jaar Uwe medewerking worden ingeroepen.

Gods zegen ruste op onze werkzaamheden.

In naam des Konings verklaren wij de Vergadering der Staten-Generaal te zijn geopend.

Leave a Reply