subscribe: Posts | Comments

Troonrede van 15 september 1851

0 comments

Mijne Heeren!

Het is Mij aangenaam, bij de opening van deze Vergadering der Staten-Generaal, U gunstige mededeelingen nopens den toestand des Vaderlands te kunnen doen.

De geboorte van eenen Prins heeft het geluk van Mijn Huis vermeerderd. Tusschen Nederland en de vreemde Mogendheden bestaat voortdurend goede verstandhouding.

Met onderscheidene Staten zijn overeenkomsten gesloten tot bevordering van de belangen des handels en tot verbetering en verzekering van het onderling verkeer. Tot gelijke einden zijn nog met andere onderhandelingen geopend, welke, naar Ik Mij vlei, mede tot gewenscht gevolg zullen leiden. De Zee- en Landmagt leggen steeds loffelijken ijver aan den dag, en geven voortdurend redenen van tevredenheid.

De staat van rust, waarin zich thans al de Overzeesche Bezittingen van het Rijk bevinden, laat niets te wenschen over.

De onlusten, welke laatstelijk op Borneo hebben plaats gehad, zijn door de kracht onzer wapenen gedempt.

De berigten omtrent den gezondheidstoestand in de Kolonien zijn meer geruststellende.

De gevolgen van mislukte oogsten verdwijnen meer en meer, en de jongste berigten, omtrent den oogst van dit jaar ontvangen, luiden zeer gunstig vooral wat de voedingsmiddelen betreft.

De kieswet, de provinciale en de gemeentewet beantwoorden in hare werking, voor zoo veel die tot hiertoe kon worden nagegaan, aan het doel van den wetgever.

Bij den voorspoedigen afloop des winters, zonder ijsgang en zonder buitengewoon hoogen rivierstand, bleven de waterkeeringen van schade bevrijd. De groote werken, tot verbetering onzer rivieren volgens het U medegedeeld stelsel, werden met kracht begonnen en voortgezet.

De oogst van het vorig jaar, schoon middelmatig, was ruimer dan aanvankelijk werd vermoed.

Die van dezen zomer schijnt in de meeste streken voldoende te zijn.

Over het algemeen legt men zich met ijver toe op den landbouw, zoowel door scheiding van onverdeelde gronden en ontginning, als door verbetering, uit te breiden en te doen bloeijen.

Ook de ambacht- en fabriekvlijt is in voortdurende ontwikkeling.

Het steeds toenemen van de scheepvaart en de uitbreiding van den scheepsbouw leveren het bewijs, dat de verandering onzer handelswetgeving, in het vorig jaar tot stand gebragt, de verwachting aanvankelijk niet logenstraft. De groote bedrijvigheid van vele handelstakken toont aan, dat ook de handel, over het algemeen, in voorspoedigen toestand verkeert.

De gestadige vermeerdering der middelen van vervoer te water en te land is niet alleen op het binnenlandsch verkeer, maar ook op dat met andere Rijken van heilzamen invloed. lk hecht er bijzonderen prijs aan de vermeerdering dier middelen te ondersteunen. Daartoe strekt eene overeenkomst, dezen zomer met Pruissen gesloten, die U zal worden medegedeeld. Met België zijn gezamenlijke maatregelen genomen, ten einde de opening van nieuwe wegen van gemeenschap tusschen beide Landen voor te bereiden, en, zoo Ik hoop, tot stand te brengen.

De goede uitzigten, omtrent den toestand van’s Rijks geldmiddelen vroeger gekoesterd, zijn niet te leur gesteld, maar ten aanzien van het jongst verloopen jaar overtroffen. Ook het tegenwoordig jaar belooft eene voordeelige uitkomst. In den aanvang van Uwe zitting, zal Uwe medewerking tot maatregelen van schuldvermindering worden ingeroepen.

De hoogst belangrijke wetsontwerpen, in Uwe vorige zitting bereids ingediend, doch tot welker afdoening de tijd ontbroken heeft, zullen op nieuw in deze zitting door Mij aan Uwe beraadslaging worden onderworpen. Bij de behandeling van deze en andere ontwerpen, welke U in den loop der zitting zullen worden aangeboden, moge wederom die geest van gemeen overleg heerschen, welke, tot hiertoe, het volbrengen van zoo veel belangrijke werkzaamheden mogelijk heeft gemaakt.

Het is Mijn hartelijke wensch, dat Onze gemeenschappelijke arbeid, onder Gods zegen, tot heil van het dierbaar Vaderland moge strekken.

Ik verklaar deze zitting van de Staten-Generaal te zijn geopend.

Leave a Reply