subscribe: Posts | Comments

Troonrede van 16 oktober 1843

Reacties uitgeschakeld voor Troonrede van 16 oktober 1843

Edel Mogende Heeren!

Het strekt Mij tot genoegen, bij de opening der tegenwoordige zitting, aan U Edel Mogenden te kunnen mededeelen, dat de vriendschappelijke betrekkingen, waarin Nederland zich tot de andere Mogendheden geplaatst bevindt, geene veranderingen hebben ondergaan. De gemengde Nederlandsche en Belgische Commissien hebben hare taak voleindigd, zoodat men zich thans over de regeling der aangelegenheden tusschen beide Staten mag verheugen. In verband met de verstrekte middelen, is de toestand van ’s Rijks Zeemagt voldoende te achten. Vereenvoudigingen en verbeteringen, allengs ingevoerd, zullen ons Zeewezen, in vergelijking met dat van andere Natien, niet achterlijk doen zijn.

Aan de Landmagt zal lk alsnu die inrigting doen geven, welke bestaanbaar is met de toegestemde middelen.

Desgelijks blijf lk Mijne zorg toewijden aan het zoo veel mogelijk in goeden staat brengen en onderhouden onzer passieve verdedigingsmiddelen. De Overzeesche Bezittingen gemeten eene volkomene rust; doch ondervinden den invloed van de lage prijzen harer voortbrengselen.

Het Binnenlandsch Bestuur blijft regelmatig en met orde werken.

Ofschoon in sommige takken van Handel en Nijverheid, even als in het vorige jaar, een mindere bloei is opgemerkt, zijn echter, van den anderen kant, de berigten wegens den oogst en den toestand van den Landbouw bevredigend.

Omtrent den staat van het Onderwijs, en van de beoefening der Wetenschappen en Kunsten, mag het gunstigst getuigenis worden afgelegd.

Aan de droogmaking van het Haarlemmer-meer wordt met kracht gearbeid.

De overwegingen nopens nieuwe wettelijke bepalingen op het Armwezen gaan voort met eene naauwgezetheid, welke aan het gewigt der zaak geevenredigd is.

Reeds is de voorbereiding van onderscheidene andere belangrijke wetsontwerpen aanmerkelijk gevorderd. Onder meerderen is dit het geval met die omtrent de uitoefening van het stemregt in de steden en ten platten lande, en de bevoegdheid om deel te nemen aan de provinciale besturen; — omtrent de schutterijen; — en omtrent de uitoefening der onderscheidene takken van geneeskunde.

Behalve de twee titels, welke nog aan het tarief van geregtskosten in burgerlijke zaken ontbreken, zullen in den loop dezer zitting ter overweging bij U Edel Mogenden worden ingediend eenige ontwerpen van wet tot het daarstellen van veranderingen in het Eerste Boek van het Wetboek van Strafregt, waarvan de vaststelling aan die van de beide andere gedeelten deszelfden Wetboeks dient vooraf te gaan.

Men is overigens onledig met het voorbereiden zoo wel van eenige noodzakelijke wijzigingen in de burgerlijke regtsvordering en in de strafvordering, als van de wettelijke regeling van andere daarmede in verband staande onderwerpen.

De nog niet vastgestelde hoofdstukken der begrooting van staats-uitgaven zullen eerlang aan U Edel Mogenden worden voorgelegd. Eene volkomene regeling van ’s Rijks geldmiddelen, en het herstel van het verbrokene financieel evenwigt, blijft het voorwerp Mijner ernstige zorgen. Nederland zal aan zijne verbindtenissen gestand doen, en zal de pligten niet miskennen, walker vervulling even heilig als staatkundig is. De afloop der jongste beraadslagingen doet Mij met vertrouwen rekenen op de medewerking van U Edel Mogenden, om de buitengewone lasten, die gevorderd mogten worden, naar doeltreffende beginselen te verdeelen.

Geen buitengewone last kan op Mijne onderdanen gelegd worden, welken Ik, en evenzeer Mijn beminde oudste Zoon, niet steeds bereid zullen zijn mede te helper dragen.

Welken min gunstigen invloed de omstandigheden ook op ’s Lands welvaart mogen hebben uitgeoefend, wij bezitten nog altijd belangrijke hulpbronnen. Met bedaard overleg omziende naar de meest geschikte middelen om ze ten nutte van den Staat aan te wenden, mogen Wij, bij orde en spaarzaamheid in het beheer der openbare geldmiddelen, en mits de veerkracht der Regering door de eendragt des Volks worde gesterkt, de toekomst zonder te angstvallige bezorgdheid te gemoet gaan; ja zelfs, onder den zegen des Allerhoogsten, meer voorspoedige dagen met vertrouwen verbeiden.

Comments are closed.