subscribe: Posts | Comments

Troonrede van 18 oktober 1824

Reacties uitgeschakeld voor Troonrede van 18 oktober 1824

Edel Mogende Heeren!

Het is Mij aangenaam, uwe tegenwoordige zitting te openen met de mededeeling, dat, behoudens het gemeen overleg met U Ed.Mog., eene echtverbintenis van Mijnen beminden tweeden Zoon met de jongste Dochter van den Koning van Pruissen, is ontworpen, die, onder den Goddelijken zegen, het geluk van Mijn Huis, en in het bijzonder van Mijnen Zoon, vermeerderen en de banden van bloedverwantschap en vriendschap nog zal versterken, welke tusschen Mij en Mijnen doorluchdgen bondgenoot bestaan.

Sedert uwe laatste vergadering zijn niet alleen de aangenaamste betrekkingen en de meest vredelievende gevoelens, tusschen dit Rijk en alle de Mogendheden van Europa, onderhouden, maar zelfs verlevendigt zich de hoop, dat, door vriendnabuurlijke verstandhouding, aan den handel eenen vrijeren loop, en aan de voortbrengselen van onzen grond en van ons fabrijkwezen, ruimere uitwegen zullen worden bezorgd, dan verbodswetten of beperkingen ooit geven kunnen.

Als een vernieuwd blijk van den milden geest, die Nederland beheerscht, is, ten gevolge eener voorloopige schikking, welke het vooruitzigt verschaft op eene meer algemeene overeenkomst, aan de schepen van een Onzer bondgenooten, voor het oogenblik, hetzelfde voorregt toegekend, dat bij de wet aan de Nederlandsche scheepvaart is geschonken; deze gelijkstelling is op wederkeerigheid gegrond.

Onze handelsbetrekkingen, zoo in als buiten Europa, worden door gepaste maatregelen bevestigd en vermeerderd.

De vaderlandslievende inrigting, welke in den loop van dit jaar, door eene algemeene en krachtige medewerking van alle klassen van ingezetenen, is tot stand gekomen, zal, zoo Ik hoop, niet vruchteloos beproeven, om, met een ruim en welbestuurd geldvermogen aan landbouw en fabrijken, aan handel en scheepvaart, een nieuw leven te schenken.

Daartoe zullen ook kunnen medewerken de uitbreiding onzer bezittingen in Oost-Indie, ten gevolge van het laatstelijk met het Rijk van Groot-Brittannien gesloten traktaat, en de rust en orde, die bij voortduring aldaar en in onze West-Indische volkplantingen genoten worden.

De inwendige welvaart van ons land heeft toegenomen; de inrigtingen en verordeningen, welke tot bevordering van dezelve en tot verzekering van orde in het bestuur zijn daargesteld, hebben meer en meer vastheid gekregen, en beantwoorden in het algemeen aan de verwachting.

Het hooger en lager onderwijs gaan voort, hunne nuttige uitwerkselen te verspreiden.

De schoone kunsten bloeijen.

De vruchten des velds zijn wederom overvloedig geweest.

De toegenomen daling der graanprijzen heeft een nader onderzoek omtrent de belangen der landbouwers, in verband met die der gebruikers, noodzakelijk gemaakt, en Ik vertrouw op de medewerking van U Ed.Mog. tot daarstelling van de middelen, welke Mij toeschijnen te zullen kunnen beantwoorden aan het verlangen, Mij dienaangaande door uwe vergadering te kennen gegeven.

Ondertusschen worden vele takken van volksbestaan door den overvloed der levensmiddelen begunstigd, en alles, wat tot het ruim doen vlieten van de bestaande, en tot het opener van nieuwe bronnen van nijverheid leiden kan, is het voorwerp van Mijne gestadige zorgen.

De aanleg van noodzakelijke of nuttige communicatien en de verbetering der reeds bestaande, blijven Mijne aandacht tot zich trekken.

Mijn wensch om de uitvoering der wetten op de nationale militie, die thans overal zonder eenig bezwaar geschiedt, ook wegens het verledene van moeijelijkheden te ontheffen, zal tot eene voordragt aan U Ed.Mog. aanleiding geven.

Ik hoop insgelijks, in deze zitting een ontwerp van algemeene wet op de Schutterijen aan uwe vergadering te kunnen aanbieden. Deze vaderlandsche instelling, die volgens den wil der Grondwet zoo veel tot de kracht van den Staat moet toebrengen, behoort niet langer achterwege te blijven.

In de laatstvoorgaande zitting is door U Ed.Mog. een voorstel aangenomen, dat de strekking had, om eene nieuwe verligting toe te brengen aan de lasten Mijner onderdanen.

Verdere overwegingen hebben Mij de mogelijkheid van nog grootere besparingen doen erkennen, en lk achte Mij gelukkig, aan uwe vergadering te mogen aankondigen, dat het bedrag der begrooting van de uitgaven voor het volgend jaar, tot de tweede afdeeling behoorende, welke eerstdaags aan U Ed.Mog. zal worden voorgelegd, eene vermindering van opcenten zal toelaten, die, ten aanzien van de grondbelasting, aanzienlijk zal kunnen zijn. De eerste rekening van het Amortisatie-Syndikaat is onlangs door de algemeene vergadering opgenomen. Hare beraadslagingen brengen de overtuiging mede van de nuttige werking dier instelling. Zij zullen Mij gelegenheid geven, aan U Ed.Mog. voor te dragen, om eene som van twee millioenen guldens tot aflossing en vernietiging van schuld aan te wenden.

Twee andere voorstellen zullen insgelijks de aandacht van U Ed.Mog. bezig houden, de bespoediging namelijk der invoering van de Nederlandsche Munt, en geschikte maatregelen om het lot der uitgestelde schuld op eenen meer vasten voet te regelen.

lk ga voort met de overweging van alle gepaste middelen, die tot de meestmogelijke bezuiniging en vereenvoudiging in het beheer der geldrniddelen kunnen leiden. Een algemeen reglement op de comptabiliteit, hetwelk daartoe zeer veel moet toebrengen, zal, met den aanvang van het volgend jaar in werking zijn gebragt.

In het bestuur der ontvangsten hebben gewigtige veranderingen plaats gehad, waarvan ik goede uitkomsten verwachte.

De opbrengst der directe belastingen zal, over het loopend jaar, vrij voldoende zijn. De voortgaande werkzaamheden van het kadaster en de allengskens vermeerderende regelmatigheid in de aangifte en schattingen, zullen de nog bestaande ongelijkheid doen verminderen.

Ook andere middelen beantwoorden aan de verwachting; doch ten aanzien van sommigen wordt van de zachtheid der wetten misbruik gemaakt ten nadeele van den eerlijken ingezetene. Ik ben bedacht om hierin te voorzien, en zal daartoe, met vertrouwen, de medewerking van U Ed.Mog. inroepen. Het tarief der in- en uitgaande regten zal eenige wijziging moeten ondergaan in het belang der nationale nijverheid, en in het bijzonder van den landbouw.

De doelmatigheid der jongste verordeningen omtrent de hypotheekregten blijkt reeds door de ondervinding; de opbrengst is beter dan in vorige jaren, en de verpligting aan den verkrijger, omtrent de overschrijving opgelegd, bevedigt hem tegen de gevolgen van kwade trouw, of van onvoorzigtigheid der vroegere bezitters.

De laatste bepalingen omtrent de heffing der regten van zegel, registratie en successie zijn thans in volle werking, en alles doet vooruitzien, dat ook, in dezen, het oogmerk der wet volkomen zal worden bereikt.

U Ed.Mog. zullen met genoegen vernemen, dat geheel het overig gedeelte van het ontwerp van Burgerlijk Wetboek, in de tegenwoordige zitting zal kunnen worden afgedaan, behoudens de titels, waarmede het IVde boek, na de afwerking van de manier van procederen, mogt zijn aan te vullen. lk vestig bijzonderlijk de aandacht van U Ed.Mog. op het stelsel der hypotheken, hetwelk zich door eenvoudigheid en duidelijkheid aanbeveelt. Eene commissie is door Mij benoemd, aan welke ik de eindelijke opstelling heb opgedragen van de manier van procederen, zoo in burgerlijke als in lijfstraffelijke zaken, mitsgaders van het Wetboek van Koophandel, zoo dat het belangrijk tijdstip met rassche schreden nadert, waarop de nationale wetgeving zal kunnen worden ingevoerd.

Zoo moge ieder jaar der herstelling onzer onafhankelijkheid nieuwe weldaden voor Nederland aanbrengen; aan Mijnen standvastigen ijver zal het daartoe, onder Godes hulp, niet ontbreken, en van de duurzame medewerking van U Ed.Mog. houde Ik mij overtuigd.

Comments are closed.