subscribe: Posts | Comments

Troonrede van 19 oktober 1818

Reacties uitgeschakeld voor Troonrede van 19 oktober 1818

Edel Mogende Heeren!

In den loop van dit jaar heeft Mijn Huis een’ nieuwen Zegen ondervonden door de Geboorte van eene tweede telg van Mijn beminden oudsten Zoon den Prins van Oranje. De Nederlanders hebben toen wederom ondubbelzinnig getoond, dat zij die gebeurtenis als een nieuwen waarborg voor het geluk van hun volgend geslacht beschouwden. Zij mogen er op staat maken, dat lk en Mijne kinderen het als Onzen dierbaarsten pligt zullen aanmerken, Onze liefde voor hen, en Onze bezorgdheid voor hunne belangen, ook aan Onze nakomelingen in te boezemen.

lk heb verder het genoegen, bij den aanvang uwer werkzaamheden, aan U Ed.Mog. te kunnen mededeelen, dat de vrede door de algoede Voorzienigheid in Europa is bewaard gebleven. indien, na deszelfs gelukkige herstelling, het verblijf van een bezettingsleger in Frankrijk aanvankelijk gestrekt heeft tot bevestiging van de herboren rust, levert thans de genomene beslissing omtrent den aftogt van dat leger, een aangenaam bewijs op, van de bereiking van dat oogmerk, en, in het eenparig vertrouwen der Souvereinen, de beste waarborg voor eenen duurzamen vrede. De inwendige gesteldheid van dit Rijk levert ook stoffe tot erkentenis op.

De hooge scholen, athenaea en kollegien zijn in geregelde werking, en men is bestendig op alle middelen bedacht, welke die instellingen in luister zoo wel als in nuttigheid kunnen doen toenemen.

Groote toejuiching verdient de wijze, op welke de Landsregering zich door particulieren, zoo wel als door gewestelijke en plaatselijke besturen, ziet bijgestaan in zijne pogingen, om een doelmatig lager onderwijs, hier, voor te bereiden en te vestigen, ginds, uit te breiden en te volmaken.

Het laatste jaar heeft menig heugelijk voorteeken opgeleverd van de herleving der nederlandsche kunst.

Vele takken van volksvlijt ondervinden nog steeds den invloed der gebeurtenissen, die zoo gewigtige veranderingen in uitzigten, vertier en allerlei belangen hebben te weeg gebragt. De landbouw daarentegen is in een gunstigen staat, en deszelfs rijke vruchten dragen niet minder, dan de steeds toenemende vaart op de beide Indiën, bij, om aan den handel die levendigheid en werkzaamheid te geven, waarvan de zigtbaar klimmende welvaart in de voornaamste steden en in andere belangrijke oorden des Rijks het gevolg en het bewijs is.

De staat der armen is verbeterd. De aangeborene rnildadigheld der natie is met loffelijken ijver tot het ware doel geleid. De nuttige instellingen der beleen- en spaarbanken breiden zich meer en meer uit.

De bedelaars werkhuizen zijn in getal vermeerderd. In het ontwerp der algemeene begrooting voor het volgend jaar zullen U Ed.Mog. de voorziening vinden, die voor het onderhoud der vondelingen noodig is; en daar het gemis van eenvormige voorschriften nadeelige twijfelingen had doen ontstaan omtrent de plaats, in welke aan behoeftigen de aanspraak moet worden toegekend, niet om aldaar ondersteund te worden, maar om in de aldaar bestaande en tot ondersteuning bestemde middelen te deelen, zal aan U Ed.Mog. een ontwerp van wet worden voorgesteld, om zulks op eene duidelijke en tevens billijke wijze te bepalen.

Eenige grensscheidingen zijn met onderling genoegen der Provinciale Staten beraamd. Dezelve zullen aan U Ed.Mog. worden voorgedragen. De verevening der plaatselijke schulden zal spoedig zijn afgeloopen en de algemeene regeling der stedelijke rniddelen wacht slechts naar eene wet, welke U Ed.Mog. zal worden aangeboden, nopens de penaliteiten op overtredingen, en de wijze van vervolging.

De uitvoering der wet wegens de nationale militie levert thans, bijzonderlijk door de bereidwilligheid der lotelingen om den van hen gevorderden dienst te doen, weinige of geene zwarigheden op; het getal der genen, welke tot het vervangen van ontbrekenden moeten worden opgeroepen, wordt van jaar tot jaar geringer; echter zullen, met het oogmerk om de middelen van ’s lands verdediging met de belangen der schatkist meer en meer in verband te brengen, aan U Ed.Mog. eenige wijzigingen der bestaande wet worden voorgesteld.

Het vertrouwen, waarmede Uwe Vergadering de jongste financiële wetten heeft bekrachtigd, is met algemeen welgevallen vernomen.

De opening eener aanzienlijke geldleening is beantwoord geworden met het aanbod, binnen korte dagen, van meer dan het dubbelde der verlangde som. Gevoelig aan dit bewijs van kracht en bereidwilligheid, steunende op ’s lands volkomen hersteld crediet, gerust omtrent den toestand van ’s Rijks schatkist, zeker, dat alle verbindtenissen heilig konden worden nagekomen, heb ik mij bemoedigd gevonden, de dadelijk mogelijke bezuinigingen te doen daarstellen, en die, welke in het vervolg eerst zullen kunnen werken, te doen voorbereiden.

Uit de begrooting der staatsbehoeften voor het volgend jaar zullen U Ed. Mog. kunnen beoordeelen, in hoe verre de gedane pogingen reeds door de uitkomst zijn bekroond. De aangekondigde proeve der splitsing tusschen gewone en buitengewone uitgaven wordt bij die begrooting bewerkstelligd, en, niettegenstaande daarop nieuwe sommen hebben moeten worden gebragt, ten gevolge der laatstelijk gemaakte financiële bepalingen, blijft echter het geheel beloop der raming beneden die van het tegenwoordig jaar.

Het strekt mij tot genoegen daar bij te kunnen voegen, dat het overschot, hetwelk de op Mijnen last vervaardigde, en aan U Ed.Mog. mede te deelen rekening der begrootingen van vroegere diensten, ten behoeve der schatkist oplevert, genoegzaam is, om, bij eene gelijke raming der opbrengst van ’s lands middelen, als over het loopend jaar, tegen de waarschijnelijke uitgaven van het volgend jaar, eene gelijkstaande berekening van inkomsten over te stellen.

Tot bereiking van dit geruststellend einde, zullen aan uwe vergadering eenige wettelijke bepalingen worden voorgelegd, op welker aanneming ik mij te eerder mag verlaten, vermits dezelve een ieder, welke belang heeft bij den toestand van ’s Rijks geldmiddelen, zullen overtuigen, dat de daaromtrent genomen en nog te nemen maatregelen mogen geteld worden onder de eerste voorwerpen van Onze gemeenschappelijke zorg voor het algemeen welzijn.

Die wetten zullen tevens Mijne vooruitzigten helpen verwezenlijken, omtrent datgene, wat nog geschieden kan, ten einde reeds in een volgend jaar, den evenaar tusschen de inkomsten en uitgaven in gewone tijden daar te stellen. Bij eenen geregelden staat van zaken, waarin verre de meeste behoeften onvermijdelijk zijn, heb ik de noodzakelijkheid erkend, om daartoe alles tot in de bijzonderheden te doen nagaan. Dit onderzoek vordert nogtans veel tijd, en, zal hetzelve in zijnen geheelen omvang met zorg en aandacht geschieden, moet alle overhaasting vermijd worden. Intusschen wordt daaraan ijverig gearbeid; en met de noodige volharding, vertrouw ik, dat hetzelve tot rijpheid zal komen en aan Mijne ernstige begeerte zal kunnenvoldaan worden. Meer andere onderwerpen van aangelegenheid zullen, in den loop dezer gewone vergadering, uwe overweging vorderen. In de volgende hoop ik het ontwerp van de nederlandsche wetboeken aan U Ed.Mog. aan te bieden.

En hiermede, Ed.Mog. Heeren! opene ik deze uwe vergadering, onder den vurigen wensch en vol van vertrouwen, dat dezelve meer en meer het kenmerk zal dragen van die eenstemmigheid van bedoelingen tusschen den Koning en de Staten-Generaal, waardoor de welvaart van het Rijk en het geluk van deszelfs ingezetenen allermeest kunnen worden bevorderd.

Comments are closed.